Functiebehoud van ontruimingsinstallaties

5-12-2018

Functiebehoud van ontruimingsinstallaties is niet altijd noodzakelijk, blijkt uit de vernieuwde NPR 2576. Sinds 1 mei 2018 is de herziene NPR 2576:2018 over functiebehoud bij brand klaar. Reden voor marktpartijen en brancheorganisatie Vebon/NOVB om de veranderingen voor ontruimings- en brandmeldinstallaties duidelijk te maken.

Is functiebehoud altijd nodig?
Vier drukbezochte seminars dit najaar toonden aan dat het onderwerp leeft bij onder meer installatiebedrijven. Eerst stelde Sjaak Taal van Siemens aan de orde of functiebehoud in alle situaties daadwerkelijk nodig is. Nee, was het antwoord. De uitzonderingen staan al sinds 2012 beschreven in de NEN 2575, maar zijn nog niet overal doorgedrongen, merkte Taal.

Direct de ontruiming aansturen
Uit de norm: ‘De luidsprekers of signaalgevers binnen één alarmeringszone die gelijk is aan één brandcompartiment mogen bij een brandmeldinstallaties met volledige bewaking met normale bekabeling worden aangesloten.’ Taal: “De belangrijkste voorwaarde is dat bij een alarm direct de ontruiming wordt aangestuurd.” Een soort ontheffing, vindt hij voor “een op en top beveiligd gebouw.” Dat geldt alleen voor de bekabeling binnen het compartiment. De transmissieweg vanaf de ontruimingscentrale naar de alarmeringszone moet wel functiebehoud kennen.

Ringleiding
In een gebouw met een brandmeldinstallaties zonder volledige bewaking of waarbij niet direct de ontruiming wordt aangestuurd, geldt de uitzondering niet. Dan is functiebehoud bij de ontruimingsinstallatie verplicht. Dat hoeft niet per se bekabeling met functiebehoud te zijn. De meest gebruikte oplossing in Nederland is een ringleiding, omdat de norm maximale uitval van de luidsprekers in één ruimte accepteert.

Wijzigingsbladen A2/A3
In eerst instantie leken de eisen aan die ringleiding extra zwaar te worden, soms zelfs met gedeeltelijke functiebehoud van de transmissieweg. De wijzigingsbladen A2/A3 van NEN 2575 hebben die verzwaring er uit gehaald. Het is wel noodzakelijk om de ringleiding per ruimte te voorzien van een isolator. Die voorkomt bij kortsluiting en onderbreking uitval van alle luidsprekers. Die isolator hoeft niet per se in de ruimte zelf te worden gemonteerd, maar mag ook in de kabelgoot in de gang worden aangebracht, blijkt uit plaatjes in de NPR.

Eisen bevestigingsmaterialen versoepeld
De te nemen maatregelen in de NPR voor functiebehoud van de bekabeling voor brandmeld- en ontruimingsinstallaties zijn uitgebreider dan in de vorige versie. Maar voor installateurs eenvoudiger toe te passen, was de boodschap van Ricardo Dissel van Cable Masters. Zo zijn de eisen voor bevestigingsmaterialen aanzienlijk versoepeld. Het is toegestaan om producten van verschillende fabrikanten te mixen. “Zo is de onderlinge uitwisselbaarheid van de ankers en beugels met functiebehoud eenvoudiger geworden.” Een belangrijke voorwaarde: de kabels met functiebehoud moeten twee certificaten hebben. “Getest volgens de DIN 4102-12 en NEN-EN 50200 of volgens de DIN 4102-12 en NEN-EN 50362.”

Kanaalplaatvloer
Een best wel opvallende wijziging geldt voor gebouwen met kanaalplaatvloer. Het is niet meer toegestaan om kabels met functiebehoud of kabelgoten aan een kanaalplaatvloer te bevestigen. Bij een brand blijft zo’n vloer niet stabiel en kunnen er scheuren ontstaan of stukken beton afspringen. Dat gebeurde in een parkeergarage waarbij een aantal auto’s vlam vatte. “We zijn door schade en schande wijs geworden.”

Brandveilige bekabeling?
Functiebehoud betekent niet automatische brandveilige bekabeling. Het is ook te realiseren met standaardbekabeling en bouwkundige maatregelen. Een schacht die een aparte brandcompartiment vormt, of storten in beton. In de nieuwe NPR 2576 zijn meer voorbeelden gegeven, zoals het gebruik van de spouw. Voor de prestatie-eis van 30 minuten is wel een bakstenen binnen- en buitenmuur nodig van 7 cm. Je moet als installateur kunnen aantonen. “Neem foto’s”, gaf Dissel als tip.

Beugelafstanden
De NPR brengt helderheid in de discussie over beugeling. Er mag van de kortere beugelafstanden in de NPR 5310 worden afgeweken, “als de levensduur van de kabel bij brand kan worden gegarandeerd en aangetoond wordt door een onafhankelijk instituut.” Het is daardoor mogelijk om een beugelafstand van 1,20 meter aan te houden. Ook nog een wijziging in de verticale montage van functiebehoud-kabels in bijvoorbeeld schachten.

Trekontlasting
Bij het monteren van verticale functiebehoud-tracés langer dan 3,5 meter is een trekontlasting verplicht. Bij brand kan de kabel los in de beugels komen te hangen en knappen onder zijn eigen gewicht. In de herziene NPR 2576 is een extra voorbeeld gegeven om de trekontlasting te kunnen realiseren. De zogenaamde KAH-box is toegevoegd, naast het maken van een expansie-lus van minimaal 30 cm of het brandwerend afdichten na elke 3,5 meter. De temperatuur binnenin de KAH-box blijft bij brand onder 175°C, waardoor de buitenmantel van de kabel niet smelt. “Om de 3,5 meter monteren.”

Kabelberekeningen verplicht
Omdat de elektrische weerstand bij hogere temperaturen toeneemt, moet een installateur daar rekening mee houden. “In de NPR 2576 wordt nu expliciet aangegeven dat het verplicht is om aan te tonen dat voor functiebehoud-voedingskabels kabelberekeningen zijn uitgevoerd.” Op internet circuleren gratis excel-bladen om zo’n kabelberekening te maken volgens Isso-publicatie 93.

Kabels combineren?
Nog even een paar altijd lastige vragen erin gooien. “Mag je in een kabelgoot gewone kabels met kabels met functiebehoud combineren?” Ja dat mag, mits de gewone kabel van halogeenvrij is. Bovendien mogen de twee soorten kabels elkaar niet raken. “Ook niet bij kruisingen.” Mogen ze wel in één buis? “Nee, omdat in een buis de kabels elkaar altijd raken.”

Bron: installatiejournaal.nl/Richard Mooi

shutterstock_105322154

Geïnteresseerd?

Neem contact op